Molen Windlust in Hoek

door

Zoals de wind waait, draait de molen 

Wist je dat er zesenzeventig intacte molens staan in Zeeland? Er hebben er zo’n vijfhonderd meer gestaan, maar die zijn grotendeels verdwenen. Deze monumenten van vaak eeuwen oud mogen we dus wel koesteren! Als de wieken beginnen te draaien, komt de hele molen krakend en steunend tot leven. In Zeeland zijn de meeste molens korenmolens, op enkele poldermolens en andere types na. Logisch dat er zoveel korenmolens waren, want Zeeland was vroeger de graanschuur van Nederland. “Er gingen hele scheepsladingen met zakken Zeeuwse bloem naar de Randstad”, vertelt molenaar Jelle de Groote. “Je ziet nog steeds in recepten de echte Zeeuwse bloem vernoemd worden. Die kun je niet in de supermarkt halen, die komt uit Zeeuwse molens. Het is een van mijn mooiste producten. Daar krijg ik twinkeltjes van in mijn ogen. Zeeuwse bloem kan je maar op een plek maken en dat is in Zeeland. Bij veel molens is meel en bloem te koop.” Wat is er nu zo bijzonder aan die Zeeuwse bloem, dan? “Het is voller van smaak. Aromatischer. Het is tussen stenen gemalen. Dat merk je hoor, dat verschil. De bloem is gemaakt van puur de graankorrel, een echt natuurproduct zonder toevoegingen. Als je het droog en donker bewaart, dan blijft het zo’n drie maanden goed.” 

Werken met een stukje erfgoed en de natuur 

Jelle zet op woensdagen en zaterdagen Windlust, de molen in Hoek, aan het werk. Het is een stellingmolen. Dit type molen komt samen met de grondzeiler het meest in Zeeland voor. Veel Zeeuwse molens zijn gebouwd als een ronde, stenen bovenkruier, vanwege de vaak harde wind. Standerdmolens zijn er nog slechts vier, in Kloosterzande, Retranchement, Sint-Annaland en Waarde. Een bijzondere molen is de Getijdenmolen in Middelburg. Deze unieke molen werkte op de kracht van eb en vloed. Veel molens zijn op vaste dagen of op afspraak te bezichtigen. “Een molen is een historisch gebouw en is mooi om mee te werken. Als je aan de maalbak staat, gebruik je al je zintuigen om ervoor te zorgen dat je een goed product krijgt. Je moet horen en ruiken of het goed gaat en de molenstenen elkaar niet raken, het meel voelen met je handen, kijken. Er komt geen motor aan te pas, je bent afhankelijk van natuurkrachten, van het weer.” Ja, graan malen met de molen is een ware ambacht. Jelle wordt hierin bijgevallen door collega-molenaar Rinus van Hermon. Samen met zijn zoon Gene draagt hij zorg voor de molen Eben Haëzer in Spui. “Daar is de molen voor bedoeld. Malen is het vak, een molen laten draaien kan iedereen. Het luistert nauw om met zo’n ding te kunnen werken.”  

Terug in de tijd tijdens een bezoek aan de molen 

Jelle was Rinus’ leermeester. Rinus maalt behalve tarwe ook boekweit, rogge en spelt, allemaal uit Zeeland. Dat Gene in zijn voetstappen wil treden, is maar gelukkig. “En zijn er weinigen die dat willen doen. Molenaar is een vergrijzend beroep.” In Nieuwvliet is ook een jonge molenaar aan het werk, Thijs Groosman. Hem heeft Jelle ook als leermeester de kneepjes van het vak bijgebracht. Jelle heeft zich behalve als instructeur ook als examinator van de landelijke molenaarsopleiding nuttig gemaakt. De molenaars in Zeeland kennen elkaar allemaal wel. Rinus: “We gaan geregeld eens kijken bij elkaar. Geen molen is dezelfde. Er is geen standaard recept voor gebruikt, iedere molenbouwer heeft dingen anders gedaan. Daarom is het zo leuk om molens te bezoeken. De meeste draaien op zaterdag. Op Molendagen en Open Monumentendagen zijn molens ook open.” Wat maakt het werk van de molenaar zo bijzonder? “Het is de beleving”, legt Jelle uit. “Van de natuur, van hoe dingen vroeger gingen. Een molen is erfgoed. Als de zon ondergaat en je ziet het licht naar binnen op de vloer vallen, dat heeft een charme die je in de wereld van vandaag mist. De tijd gaat hier ook anders. Een molen is voor mij spannend en ontspannend tegelijk.”